De Vereniging van Samenwerkende Kredietunies (VSK) geeft een reactie op het recent verschenen artikel in de Volkskrant over kredietunies.

Het artikel in de Volkskrant van zaterdag 15 augustus jl. over kredietunies als alternatieve financieringsmethode voor het mkb geeft als één van de moeilijkheden waarmee kredietunies op dit moment kampen, dat de solidariteit onder de Nederlandse kredietunies op dit moment wordt ondermijnd. Dit zou vooral komen door de aanwezigheid van twee verschillende modellen. Model één is het klassieke ‘centrale kasmodel ‘waarbij de investerende leden een bedrag in een centrale kas storten van waaruit de kredietnemende leden een financiering krijgen. Model twee is het ‘bemiddelingsmodel’ waarbij de kredietunie bij een kredietaanvraag bemiddelt en de investerende leden zelf bepalen óf zij instappen in een bepaald krediet en voor hoeveel. In het artikel stellen de strikte volgers van het meer klassieke centrale kasmodel, verenigd in de Vereniging van Kredietunies in Nederland (VKN), dat in dit bemiddelingsmodel de kern van het kredietuniegedachte: de onderlinge solidariteit of ‘common bond’ van de deelnemende leden, niet zou bestaan. Daarnaast zorgen volgens hen de twee afwijkende modellen voor verwarring bij de doelgroep van mkb-ondernemers. De Vereniging Samenwerkende Kredietunies (VSK) plaatst bij deze opmerkingen in het artikel van de Volkskrant echter enkele kanttekeningen.

Wel common bond
De VSK vindt, net als de VKN, de common bond de meest belangrijke eigenschap van een kredietunie en de onderscheidende factor tegenover andere alternatieve financieringsmethoden. Deze common bond is volgens de VSK echter aanwezig in beide modellen. In een bemiddelingsmodel kiezen ondernemers er net zoals in het klassieke model ook bewust voor om samen te investeren, kredietnemers te coachen en het rendement te delen binnen de kredietunie. Voor de leden binnen het bemiddelingsmodel is er dus ook een gemeenschappelijk belang en een common bond. Dat het bemiddelingsmodel afwijkt van de klassieke benadering, het centrale kasmodel, vormt geen belemmering voor de common bond. Het is eerder een vorm van innovatie. De gedachte van de VKN dat het bemiddelingsmodel niet anders is dan een vorm van crowdfunding, gaat dan ook niet op.

Weinig verschil tussen deelnemende leden
Binnen kredietunies is er, onafhankelijk van het model, altijd een verschil aanwezig tussen de deelnemers. Ook in het klassieke model delen niet alle leden, mee in het risico van alle leningen, de kredietnemers investeren immers niet mee in leningen van andere kredietnemers. In het bemiddelingsmodel kan het zijn dat er ook investeerders niet meedelen in het risico van een bepaald krediet. Maar iedereen deelt wel in het rendement van de kredietunie. De verschillen tussen de deelnemers in de twee varianten van kredietunies zijn dus klein en hebben daardoor geen belangrijke effect op de common bond.

Geen verwarring
Tot slot zouden de afwijkende modellen verwarring stichten bij de doelgroep. Voor deelnemers in een kredietunie is het, aldus de VSK, juist duidelijk hoe het ingebrachte geld in een bepaalde kredietunie wordt geïnvesteerd. Dit kan zijn voor een lager risico en lager rendement in het klassieke model of voor een hoger risico en hoger rendement in het bemiddelingsmodel. Sommige kredietunies willen in de toekomst ook beide mogelijkheden aan gaan bieden om investeerders meer keuzevrijheid te bieden. Ook de wetgever ziet geen noodzaak om een verschil te maken. Voor de kredietnemers maakt het uiteindelijk gebruikte model niet uit. Via beide modellen krijgen zij krediet en coaching.

Hybride toekomst
Voor de VSK is het belangrijkste dat mkb-ondernemers meer financieringsmogelijkheden krijgen. Kredietunies zijn daarom een goede innovatie binnen het alternatieve financieringslandschap. Voor nu en voor in de nabije toekomst. Het kredietuniemodel is volop in ontwikkeling. Er wordt nu ook gekeken naar een hybride model. Hierbij kunnen investerende leden ervoor kiezen de kredietunie hun ingebrachte kapitaal te laten investeren, of voor betrokkenheid door zelf te kiezen hoeveel ze investeren en in welke financiering.

Nu de Wet op de Kredietunies aan kredietunies een wettelijk kader heeft gegeven en minister Kamp van Economische Zaken de ontwikkeling verder wil ondersteunen, is tijd om de handen ineen te slaan en een volgende stap te doen. Dit kunnen kredietunies het beste samen doen.