De helft van de bedrijven moet mogelijk een deel of het gehele voorschot terugbetalen van de tegemoetkoming vaste lasten voor de periode juni tot september 2020 (TVL-1).

Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).Het gaat om ondernemingen waarvan de eerste TVL-regeling definitief is vastgesteld. Bij de helft van de bedrijven viel de omzet in die periode hoger uit dan verwacht.

De tegemoetkoming voor de vaste lasten is een van de coronasteunmaatregelen van de overheid. Bedrijven komen in aanmerking voor een vergoeding als ze naar verwachting te kampen hadden met een omzetverlies van minstens 30 procent. In totaal is voor de TVL-1 549 miljoen euro toegekend.

Veel bedrijven moeten TVL terugbetalen | TaxLive

Op 31 mei 2021 was voor ruim 80 procent van de bedrijven de TVL-1 definitief vastgesteld. Het gaat om bijna 32.000 ondernemingen. Daarvan moet 16 procent het voorschot volledig terugbetalen. Ongeveer 34 procent behoudt de tegemoetkoming, maar deze wordt wel lager. Bij ongeveer 12 procent van de bedrijven wordt de tegemoetkoming juist hoger.

Sectoren

Dat het verlies van omzet lager was dan verwacht kwam met 58 procent het vaakst voor in de horeca en bij kappers en schoonheidssalons. Binnen de horeca waren het vooral restaurants en hotels waar uiteindelijk geen sprake was van een omzetverlies van ten minste 30 procent.

Bedrijven in de ICT-sector, verhuur en zakelijke diensten als uitzendbureaus en reisbureaus werd het omzetverlies het vaakst te laag ingeschat. Ongeveer één op de zes ICT-bedrijven met TVL-1 heeft recht op extra steun.

TVL voor starters loopt af

De TVL voor startende ondernemers loopt vandaag af. Ondernemers die tussen 1 oktober 2019 en 30 juni 2020 zijn gestart met hun onderneming  hebben tot 12 juli om 17.00 uur om TVL aan te vragen.

Startende ondernemers in Nederland kunnen subsidie aanvragen voor hun vaste lasten, wanneer zij aan de subsidievoorwaarden voldoen. De regeling is bedoeld voor ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf, inclusief zzp’ers met een aparte voordeur naar hun werkruimte.

Bron: ANP/Rijksoverheid