Ik ben een rasoptimist. Vaak is dat een onhebbelijkheid van veel ondernemers. Als dat optimisme echter ook vanuit onderzoekers komt die enquetes hebben gedaan, dan moet je oppassen voor hun conclusies. Ook het aanhalen ervan in discussies aangaande de noodzaak van staats- en bankenondersteuning voor het mkb kan misleidend werken. En dan met name voor de conclusies aangaande k van mkb ( bedrijven met minder dan 5 werknemers).

Ras.optimist hoodie - wit

Wat blijkt namelijk weer?

Bedrijven zijn voor het overgrote deel positief als het gaat om de toekomst voor de komende twaalf maanden” Dat blijkt kennelijk uit extra vragen in de Conjunctuurenquête Nederland, uitgevoerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Kamer van Koophandel (KVK). Ik schrijf kennelijk, want de site is voor deze enquete op het moment van dit schrijven niet bereikbaar.. Ze schrijven: “Kleine bedrijven zijn iets minder positief dan grotere bedrijven en hebben ook wat meer behoefte aan financiering. Bedrijven in de verhuur en handel van onroerend goed en vervoer en opslag zijn het vaakst positief”.

Tja. Maar wat dan met de bedrijven met minder dan 5 werknemers? Daar al eens aan gedacht? Eens verder lezen?

“Ruim 86 procent van de kleinere bedrijven met tussen vijf en twintig werknemers ziet het positief in als het gaat om hun vooruitzichten voor de komende twaalf maanden. Voor alle bedrijven inclusief de grotere is dat bijna 90 procent. Van de kleinere bedrijven die het zonnig inzien, heeft 9,4 procent financiering nodig. Denk hier aan groeifinanciering voor investeren in bedrijfsmiddelen en werkkapitaal voor voorraden en personeelskosten”, aldus KVK-adviseur Angèle Magré.

Van de kleinere bedrijven met een ongunstige verwachting zoekt slechts een klein deel, 2,4 procent, extra geld

Dat is wel een heel opmerkelijke constateriing en conclusie.

Magré: “Bijvoorbeeld financiering van werkkapitaal voor betalingsachterstanden aan leveranciers, verhuurder en belastingen. Is de periode van uitstel of tijdelijke huurverlaging voorbij, dan moeten betalingen weer starten. De grotere bedrijven hebben hoogstwaarschijnlijk geleerd van de kredietcrisis en hebben meer vet op hun botten.”. De kleinere tot 5 werknemers kennelijk niet….?

Stoppen met schuld

Kleinere bedrijven stoppen in vergelijking met grotere bedrijven het meest met een schuld, maar het gaat om een relatief beperkt aantal bedrijven. In de horeca stoppen relatief het meeste bedrijven zonder faillissement, maar met een restschuld (0,4 procent), gevolgd door handel (0,3 procent), bouwnijverheid (0,1 procent) en overige branches (<0,1 procent). Dat kleinere bedrijven tot 5 werknemers vaak eerst hun eigen geld opeten, keurig aflossen en een echt faillissement voorkomen en volgens de boeken “gewoon stoppen” vergeet men hier even te vermelden…

Ondernemers verwachten een laag percentage faillissementen (0,1 procent) en dat geldt voor alle bedrijfsgroottes”.

Maar ook hier weer een vraag van mijn zijde: hoe ligt dit bij bedrijven onder de 5 werknemers?

Een vooruitzicht op een faillissement komt het meest voor bij de bedrijfstak overige dienstverlening (0,9 procent), gevolgd door handel (0,2 procent) en de industrie (0,2 procent)”.

Diensten en handel optimistisch

Bedrijfstakken met gunstige vooruitzichten en die geen financieringsbehoefte hebben, zijn de specialistische zakelijke diensten (85,3 procent), gevolgd door de handel, verhuur en overige zakelijke diensten, informatie en communicatie en de bouw. Een positief vooruitzicht mét financieringsbehoefte melden vooral de bedrijfstakken verhuur en handel in onroerend goed, delfstoffenwinning, vervoer en opslag, cultuur, sport en recreatie en horeca. .

“Een klein deel van de door beperkingen geraakte branches zoals horeca (3,7 procent) en cultuur, sport en recreatie (7,4 procent) is minder positief en heeft een financieringsbehoefte”.

Regionale trends

Ondernemers in Noord-Brabant (84,6 procent) zien de toekomst positief tegemoet en hebben geen financieringsbehoefte. Daarna volgen Overijssel, Groningen, Utrecht en Gelderland. De top 5 regio’s met ondernemers met gunstige vooruitzichten en een financieringsbehoefte zijn Friesland (14,9 procent), gevolgd door Flevoland, Utrecht, Zeeland en Drenthe. Van de regio’s met niet gunstige vooruitzichten en wel financieringsbehoefte is de top 5: Limburg (3,3 procent), gevolgd door Zeeland, Drenthe, Noord-Holland en Zuid-Holland.

Waarom krijg ik het gevoel dat dit soort onderzoeken meer “doelredenerend” van aard en opzet zijn dan “probleemonderkennend?”

Bron: Accountant