Het is zo’n bericht waarvan je in eerste instantie denkt dat dit een goed en redelijk advies is, maar waarvan je direct al weet dat het in de uitleg en de uitvoering ervan op enorme obstakels zal stuiten en zelfs weer nieuwe precedenten en ongelijkheden zal scheppen.

Restaurants of cafés hebben volgens de procureur-generaal in een advies aan de Hoge Raad “in beginsel” recht op huurkorting omdat ze tijdens de coronapandemie lang hun deuren gesloten moesten houden van de overheid. De horeca kan mijns inziens wel een steuntje in de rug gebruiken, dus mijn eerste reactie is positief. Het advies wordt verderop iets toegelicht: “Het uitgangspunt zou daarbij moeten zijn dat het nadeel gelijk tussen verhuurder en huurder wordt verdeeld”. Daar gaat het al richting een berekenings-, gelijkheids-, grondslags-, controle- en…. een uitvoeringsprobleem.

Proef automatische telefoontjes bij huurachterstanden - Wonen Limburg

Volgens dit belangrijke voor de Hoge raad en politiek Den Haag  advies van de procureur-generaal vormen de coronapandemie en bijkomende lockdownmaatregelen namelijk een zogenoemde “onvoorziene omstandigheid” waarmee partijen geen rekening hielden bij het sluiten van de huurovereenkomst.

Nu kent ieder goed contract een zogenaamde “Overheidsclausule” die hierin voorziet. Maar bij het berekenen van deze tijdelijke huurprijsvermindering, waaraan de ( eenzijdige…) corona-overheidsmaatregelen min of meer ten grondslag liggen en wel heel duidelijk is dat de overheid zelf de problemen veroorzaakte, “zou deze berekening gebaseerd moeten zijn op het daadwerkelijk door de horeca-ondernemer geleden nadeel, als gevolg van het aan de crisis toe te rekenen omzetverlies”.

“In de rekensom kan dan ook de door een bedrijf ontvangen coronasteun van de overheid worden verrekend”, zegt het bericht verderop. Daar begin ik al extra oplettend te lezen…

De coronasteun ging in al haar facetten over het omzetverlies en de vaste lasten. Daar heeft het bedrijf toentertijd haar opgaves en berekeningen voor gemaakt. Hetgeen ze overigens gemiddeld tussen de 5 en 7% aan extra externe accountancy-kosten opleverde die ze weer van de daarmee ontvangen steun moesten aftrekken…

Waar dit advies dan in haar uitwerking rekening mee moet houden is MIJ wel duidelijk, maar het advies ZELF geeft hier geen duidelijke richtlijn voor.

Voer voor discussies

In de vastgoedsector is tijdens coronacrisis al discussie ontstaan over de vraag of huurders van bedrijfsruimten aanspraak kunnen maken op een huurkorting. Ook waren de meningen erover verdeeld hoe die dan zou moeten worden berekend.

Op deze vraag wordt in de rechtspraak geen eenduidig antwoord gegeven. In een zaak tussen een pandeigenaar en een huurder van een horecagelegenheid heeft de kantonrechter in Roermond daarom vragen gesteld aan de Hoge Raad. Maar als dit de aanzet is tot een voor de kantonrechter duidelijk rechtskader, betwijfel ik.

Natuurlijk gaat onze sympathie uit naar de getroffen horeca ( ik zie het woord retail nergens staan overigens….), maar ook de vastgoedsector heeft haar eigen rente- en aflossingsproblemen door het aanlopen tegen deze huurpenningsachterstanden.

En wie geeft dan uiteindelijk aan de verhuurder de betaalpauzes en “aflossingsgrace”?. Juist, de non bancaire financiers en de beleggers! Waar ligt nu het bonnetje..?!

Hoe de kwestie precies gaat uitpakken in dit geschil is nog niet duidelijk. De procureur-generaal is een belangrijke adviseur van de Hoge Raad. De adviezen die deze geeft worden vaak overgenomen, maar dat hoeft niet. Het is nog niet bekend wanneer de uitspraak van de Hoge Raad volgt. Vooralsnog ben ik niet onder de indruk van dit advies en voorzie grote problemen in de landelijke uitrol. Elke case zal weer anders blijken te zijn.

Maar dat het lijkt dat de overheid de rekening bij het bedrijfsleven en haar financiers blijft neerleggen. DAT is inmiddels wel duidelijk.

Bron: ANP

nnn